Mensen die extreem bang zijn voor spinnen lijden aan arachnofobie.
Deze naam komt van Arachnida.
Dat is de wetenschappelijke naam van de klasse van de geleedpotigen.
Tot de Arachnida horen de spinachtige dieren en de echte spinnen, maar ook schorpioenen, teken, mijten en hooiwagens.
Insecten hebben voelsprieten.
Spinnen hebben die niet.
Ze hebben palpen en kunnen daarmee voelen. Aan de kop zitten ook kaken.
Ze zien er vaak uit als een soort scharen of tangen om hun eten mee vast te houden.
Als de spinnen-eitjes in het voorjaar uitkomen doen ze dat allemaal tegelijk.
Je ziet dan een hele groep van die kleine mini-spinnetjes over de draden van het spinsel lopen, op zoek naar een eigen plekje.
Veel van die spinnetjes zijn direct een prooi voor de vogels.
Ook eten ze elkaar op en blijven alleen de sterksten over.
Deze kruisspin heeft een vette vlieg gevangen in haar web.
Ze rent snel naar de vlieg en bijt hem.
Daardoor verlamt de prooi en kan de spin hem goed inrollen in spindraad.
Door het gif van de spin verteert de vlieg en kan de spin hem later gewoon opzuigen.
Niet elke spin zit in een web. Sommige spinnen wonen in een holletje en gaan
's avonds op jacht, zoals deze tarantula.
Ze bespringen hun prooi en bijten hem, waardoor hij verlamd wordt.
Tarantula’s (vogelspinnen) komen niet in Nederland voor, maar wel in warme en vochtige gebieden.
In woestijnen, steppes en bosrijke gebieden.
Hooiwagens zijn een ondersoort van de spinnenfamilie.
Ze hebben ook 8 poten, maar het lijf is eigenlijk 1 stuk.
Hooiwagens kunnen ook geen web maken, hebben meestal maar 1 paar ogen en geen gifklieren.
In Aziatische landen worden spinnen ook wel gefrituurd en als lekkernij gegeten.
Dit is een bordje lekkere spinnen uit Cambodja.
Download de woordzoeker, kruiswoordpuzzel of andere puzzel van deze Flipping-pagina.
De afbeeldingen die je op deze Flipping-pagina ziet, kun je omdraaien door erop te klikken.
In de tekst kom je woorden tegen, die je ook kunt vinden in de puzzel die je gedownload hebt. Bij een woordzoeker lees je een zin als je alle woorden hebt ingevuld.
Voor je juf of meester is er ook een antwoordblad
Arachne kon heel mooi weven. Ze was zo goed, dat de mensen zeiden dat ze les had gekregen van de godin Athena. In haar overmoed beweerde ze dat ze zelfs van Athena kon winnen in een wedstrijd. Arachne won, maar Athena was zo boos, dat Arachne uit angst voor haar wraak zelfmoord pleegde. Athena kreeg spijt, wekte het meisje weer tot leven en veranderde haar toen in een spin.
De meeste spinnen hebben 8 ogen, maar ze kunnen er niet zo goed mee zien.
Alleen springspinnen hebben 1 paar ogen waarmee ze wel goed zien.
Soms hebben ze 6 of 4 ogen, maar meestal 8.
Dit soort web noem je een trechterweb.
Onderaan het web zit een soort kokertje.
Daar wacht de spin op de prooi.
De insecten vliegen tegen het web en 'rollen' dan het kokertje in.
In Nederland vinden we bijvoorbeeld de kaardespin.
Renspinnen bouwen geen web.
Ze jagen op de grond naar allerlei (vliegende) insecten.
Soms worden ze tot de krabspinnen gerekend.
Een bekende renspin uit Nederland is de wolfspin.
De zebraspin is een klein spinnetje dat zijn prooi bespringt.
Ook hij maakt geen web.
De Zwarte Weduwe staat bekend als meest dodelijke spin ter wereld. Dat is niet waar, want inmiddels is er is een speciaal tegengif gemaakt om te zorgen dat er minder dodelijke slachtoffers vallen. Je herkent de spin aan zijn rode zandloper op zijn rug. De spin dankt zijn naam aan de vrouwtjes van zijn soort. Zij willen namelijk het mannetje vermoorden na het paren. Doordat ze alleen achterblijven na het overlijden van het mannetje zijn ze weduwe.
Een spin is géén insect.
Insecten hebben 6 poten en spinnen hebben 8 poten.
Het lijf van een insect bestaat uit 3 stukken, een spin heeft een kop-borststuk waar de poten aan vast zitten en een dik achterlijf. Dus 2 stukken.
Insecten hebben vleugels en dekschilden, voelsprieten. Spinnen hebben die niet. Ook de ogen zijn anders.
Als een spin eitjes heeft gelegd, pakt ze het hele pakketje met spindraad in. Meestal zit zo'n pakketje in een holletje in de muur, of een kier weggestopt, op een plaats waar vogels niet zo gemakkelijk bij kunnen. Spinnen leggen de eitjes meestal in de herfst. Ze zorgen verder niet meer voor de eitjes. In het voorjaar zie je de eitjes dan uitkomen.
Op de afbeelding zie je een wielweb.
Die zie je vaak in de herfst tussen de takken. Kruisspinnen maken er zo eentje. Als het web klaar is, gaat de spin er meestal middenin zitten. Vliegt er een prooi in het web, dan is de spin vanuit dit punt het snelste naar alle kanten.
Ze bijt haar prooi en omwikkelt de prooi met spinnendraad.
Op de foto zie je een hangmatweb, het kan heel groot zijn.
Boven het web zijn 'struikeldraden'.
Als een insect daar tegenaan vliegt valt hij in het web. De hangmatspin pakt snel zijn prooi en maakt er een coconnetje van.
De draden van het web zijn niet kleverig.
De waterspin leeft de meeste tijd onder water.
Hij bouwt zijn web onder water en haalt dan luchtbelletjes tussen zijn haartjes naar beneden, onder water.
Daar vormen ze samen een grote luchtbel, een soort duikerklok.
Daar haalt hij adem en eet hij zijn prooi op.